Wanneer water door een leiding stroomt, gaat onderweg een deel van de beschikbare waterdruk verloren. Dit noemen we drukverlies. Hoe langer en smaller de leiding is en hoe meer water erdoorheen moet stromen, hoe groter het drukverlies wordt. Het berekenen van drukverlies is belangrijk wanneer je een buitenwaterleiding, beregeningsinstallatie, pompinstallatie of waterleiding naar een schuur of stal wilt aanleggen. Zonder berekening bestaat het risico dat er aan het einde van de leiding onvoldoende druk overblijft. Een buitenkraan geeft dan maar een zwakke waterstraal, sproeiers bereiken niet de gewenste afstand of een beregeningszone werkt niet goed.
Drukverlies wordt vooral bepaald door de binnendiameter van de leiding, het debiet, de leidinglengte, het hoogteverschil en de aanwezige koppelingen en afsluiters. Met een goede berekening kun je vooraf bepalen welke diameter tyleenslang of PE-leiding je nodig hebt. Op deze adviespagina lees je wat drukverlies is, hoe je het berekent en hoe je voorkomt dat er te weinig waterdruk overblijft.

Wat is drukverlies?

Drukverlies is de afname van waterdruk tussen het begin en het einde van een leiding. Het ontstaat doordat stromend water weerstand ondervindt. Het water schuurt als het ware langs de binnenwand van de leiding. Daarnaast ontstaan wervelingen bij bochten, T-stukken, koppelingen, afsluiters, filters en andere onderdelen. Voor iedere meter die het water aflegt, is een bepaalde hoeveelheid energie nodig. Deze energie wordt geleverd door de waterdruk of door een pomp. Wanneer een leiding bijvoorbeeld begint met een druk van 4 bar en onderweg 1 bar verliest, blijft aan het einde ongeveer 3 bar over. Dit noemen we de resterende druk of restdruk.

De basisberekening is:

Resterende druk = begindruk − leidingverlies − hoogteverlies − verlies door hulpstukken

Bij een goed ontworpen installatie blijft aan het tappunt voldoende druk beschikbaar voor de aangesloten kraan, sproeier of machine.

ChatGPT Image 25 jul 2026, 22_18_06.png

Waardoor ontstaat drukverlies?

Drukverlies ontstaat voornamelijk door wrijving en hoogteverschil. De belangrijkste factoren zijn:

  • binnendiameter van de leiding;
  • lengte van het leidingtraject;
  • hoeveelheid water die door de leiding stroomt;
  • stroomsnelheid;
  • ruwheid van de binnenwand;
  • aantal bochten en koppelingen;
  • afsluiters, filters en terugslagkleppen;
  • hoogteverschil tussen begin- en eindpunt.

De binnendiameter en het debiet hebben doorgaans de grootste invloed. Een kleine verandering in de leidingdiameter kan een groot verschil in drukverlies veroorzaken.

Waarom is de binnendiameter zo belangrijk?

Tyleenslang en andere PE-leidingen worden verkocht op basis van hun buitendiameter. Een tyleenslang van 25 millimeter heeft dus een buitendiameter van 25 millimeter. De werkelijke ruimte waar het water doorheen stroomt, is kleiner. De binnendiameter wordt bepaald door de wanddikte:

Binnendiameter = buitendiameter − twee keer de wanddikte

Een PE-leiding van 32 millimeter met een relatief dikke wand heeft een kleinere binnendiameter dan een andere leiding van 32 millimeter met een dunnere wand. De wanddikte hangt onder meer af van:

  • het leidingmateriaal;
  • de SDR-klasse;
  • de drukklasse;
  • de buitendiameter.

Bij het berekenen van drukverlies moet je daarom bij voorkeur de werkelijke binnendiameter gebruiken en niet alleen de maat die op de tyleenslang staat.

Wat betekent SDR bij de berekening?

SDR staat voor Standard Dimension Ratio. Deze waarde geeft de verhouding aan tussen de buitendiameter en de wanddikte van de leiding:

SDR = buitendiameter ÷ wanddikte

Een lage SDR-waarde betekent een relatief dikke wand. Een hoge SDR-waarde betekent een relatief dunne wand. Een SDR11-leiding heeft bij dezelfde buitendiameter een dikkere wand en kleinere binnendiameter dan een SDR17-leiding. De SDR11-uitvoering is doorgaans geschikt voor een hogere druk, maar veroorzaakt bij hetzelfde debiet ook meer stromingsweerstand vanwege de kleinere binnenmaat. Bij het kiezen van een tyleenslang moet je daarom zowel rekening houden met de drukbestendigheid als met het drukverlies.

Wat is debiet?

Het debiet geeft aan hoeveel water per tijdseenheid door de leiding stroomt. In tuin-, drinkwater- en beregeningsinstallaties wordt het debiet vaak uitgedrukt in:

  • liter per minuut;
  • liter per uur;
  • kubieke meter per uur.

De omrekeningen zijn:

1 m³ per uur = 1.000 liter per uur

1 m³ per uur = ongeveer 16,67 liter per minuut

Een debiet van 30 liter per minuut komt dus overeen met:

30 × 60 = 1.800 liter per uur

Dit is gelijk aan:

1,8 m³ per uur

Hoe hoger het debiet, hoe sneller het water door de leiding moet stromen. Daardoor neemt de wrijving toe en stijgt het drukverlies sterk.

Hoe beïnvloedt de leidinglengte het drukverlies?

Het drukverlies neemt ongeveer evenredig toe met de leidinglengte. Wanneer een bepaalde leiding bij een vast debiet 0,2 bar per 10 meter verliest, bedraagt het theoretische leidingverlies:

  • over 10 meter: 0,2 bar;
  • over 20 meter: 0,4 bar;
  • over 50 meter: 1,0 bar;
  • over 100 meter: 2,0 bar.

Dit geldt alleen wanneer diameter, debiet en leidingtype gelijk blijven. Bij lange leidingtrajecten is het daarom vaak verstandig om een grotere diameter te kiezen. De meerprijs van een ruimere leiding is meestal beperkt in vergelijking met de nadelen van een installatie die te weinig water levert.

Welke invloed heeft het hoogteverschil?

Wanneer water omhoog moet stromen, is extra druk nodig. Als praktische vuistregel geldt:

10 meter hoogteverschil komt ongeveer overeen met 1 bar drukverschil.

Nauwkeuriger is 1 bar ongeveer gelijk aan 10,2 meter waterkolom. Bij een stijging van 5 meter verlies je dus ongeveer:

5 ÷ 10,2 = 0,49 bar

Bij een daling van 5 meter neemt de statische druk aan het laagste punt juist met ongeveer 0,49 bar toe. Hoogteverschil staat los van het wrijvingsverlies in de leiding. Beide waarden moeten bij elkaar worden opgeteld. Een leiding die 50 meter lang is en 8 meter omhoog loopt, kan dus druk verliezen door:

  • leidingwrijving;
  • koppelingen en afsluiters;
  • ongeveer 0,8 bar hoogteverschil.

Vooral bij pompen en beregeningsinstallaties moet dit zorgvuldig worden meegenomen.

Hoe wordt drukverlies berekend?

Voor het technisch berekenen van drukverlies worden verschillende formules gebruikt. Twee bekende methoden zijn:

  • de formule van Hazen-Williams;
  • de formule van Darcy-Weisbach.

De formule van Darcy-Weisbach wordt algemeen gezien als een nauwkeurige methode voor het berekenen van wrijvingsverlies bij stroming door leidingen. Hazen-Williams is een empirische formule die veel wordt gebruikt voor waterleidingen en relatief eenvoudig in calculators kan worden verwerkt. Voor een praktische drukverliescalculator voor schoon water in een PE-leiding kan de Hazen-Williamsformule worden gebruikt:

h = 10,67 × L × Q^1,852 ÷ (C^1,852 × d^4,87)

Daarbij is:

  • h het drukverlies in meter waterkolom;
  • L de leidinglengte in meters;
  • Q het debiet in kubieke meter per seconde;
  • C de Hazen-Williamscoëfficiënt;
  • d de binnendiameter in meters.

Voor nieuwe, gladde kunststofleidingen wordt vaak een hoge C-waarde gebruikt. De exacte rekenwaarde moet passen bij de gebruikte methode, leiding en ontwerpuitgangspunten. De uitkomst in meter waterkolom kan worden omgerekend naar bar:

drukverlies in bar = meter waterkolom ÷ ongeveer 10,2

Voor eenvoudige installaties is het niet nodig om deze formule handmatig uit te rekenen. Met de drukverliescalculator van PVCVoordeel vul je de diameter, SDR, leidinglengte, het debiet en het hoogteverschil in. De calculator toont vervolgens het verwachte drukverlies en de resterende druk.

Voorbeeld: drukverlies in een buitenwaterleiding

Stel dat je een buitenkraan op 40 meter afstand van de woning wilt plaatsen. De uitgangspunten zijn:

  • leidinglengte: 40 meter;
  • begindruk: 3,5 bar;
  • debiet: 20 liter per minuut;
  • hoogteverschil: 2 meter omhoog;
  • tyleenslang: 25 millimeter;
  • enkele koppelingen en een afsluiter.

De installatie verliest druk door drie onderdelen. Ten eerste ontstaat er wrijving in de leiding. De exacte waarde hangt af van de binnendiameter en SDR-klasse. Ten tweede veroorzaakt het hoogteverschil van 2 meter ongeveer:

2 ÷ 10,2 = 0,20 bar verlies

Ten derde zorgen koppelingen en de afsluiter voor een klein aanvullend verlies. Wanneer het totale berekende verlies bijvoorbeeld 0,8 bar is, blijft over:

3,5 − 0,8 = 2,7 bar

Dat is meestal voldoende voor een normale buitenkraan. Wanneer dezelfde leiding echter 100 meter lang wordt of het debiet stijgt naar 40 liter per minuut, neemt het drukverlies sterk toe. Een leiding van 32 millimeter kan dan een veel betere keuze zijn.

Voorbeeld: drukverlies bij beregening

Een beregeningsinstallatie vraagt vaak meer water dan een gewone buitenkraan. Stel dat een beregeningszone vier sproeiers bevat die elk 8 liter per minuut gebruiken. Het totale debiet bedraagt dan:

4 × 8 = 32 liter per minuut

De sproeiers hebben bijvoorbeeld minimaal 2,5 bar nodig om goed te functioneren. De pomp levert 4 bar bij het gewenste debiet. Er is dan beschikbaar voor leiding- en hoogteverlies:

4 − 2,5 = 1,5 bar

Wanneer de leiding, koppelingen, kleppen en het hoogteverschil samen meer dan 1,5 bar verlies veroorzaken, bereiken de sproeiers niet de gewenste werkdruk. Je kunt het probleem oplossen door:

  • een grotere leidingdiameter te gebruiken;
  • minder sproeiers per zone aan te sluiten;
  • de leidingroute korter te maken;
  • minder scherpe bochten toe te passen;
  • een pomp met een geschikte pompcurve te kiezen;
  • filters en afsluiters ruim te dimensioneren.

Alleen een sterkere pomp plaatsen is niet altijd de beste oplossing. Een grotere leiding is vaak energiezuiniger en zorgt structureel voor minder drukverlies.

Hoeveel druk moet aan het einde overblijven?

De benodigde restdruk hangt af van het aangesloten apparaat. Een gewone buitenkraan kan vaak functioneren met een relatief lage druk, maar voor een krachtige straal is meer druk gewenst. Beregeningssproeiers hebben een specifieke minimale en optimale werkdruk. Druppelslangen werken juist vaak met een lage, gereguleerde druk. Indicatief kun je denken aan:

Toepassing Gewenste druk bij het tappunt
Gewone buitenkraan circa 1,5 tot 3 bar
Tuinslang circa 2 tot 3,5 bar
Druppelberegening vaak circa 1 tot 2 bar
Pop-up sproeiers vaak circa 2 tot 4 bar
Grote turbinesproeiers vaak circa 3 tot 5 bar
Drinkbak of vlotterkraan afhankelijk van type en debiet
Machine of installatie volgens fabrikant

Controleer altijd de technische gegevens van het aangesloten product. De gewenste druk moet gelden bij het benodigde debiet. Een pomp kan onbelast een hoge druk leveren, maar bij een grote waterafname aanzienlijk minder druk beschikbaar hebben.

Statische druk en dynamische druk

Bij het meten van waterdruk is het verschil tussen statische en dynamische druk belangrijk. De statische druk is de druk wanneer er geen water stroomt. Je meet deze bijvoorbeeld met een manometer terwijl alle kranen gesloten zijn. De dynamische druk is de druk terwijl water wordt afgenomen. Deze waarde is voor de werking van een installatie veel belangrijker. Een waterleiding kan bij gesloten kraan 4 bar aangeven, maar tijdens een afname van 30 liter per minuut terugvallen naar 2,5 bar. Dit kan ontstaan door:

  • beperkte capaciteit van de bestaande leiding;
  • drukverlies in de watermeter;
  • een kleine afsluiter;
  • een filter;
  • een lange aanvoerleiding;
  • onvoldoende capaciteit van de pomp.

Meet de beschikbare druk daarom bij het debiet dat je daadwerkelijk wilt gebruiken.

Wat is stroomsnelheid?

De stroomsnelheid geeft aan hoe snel het water door de leiding beweegt. Deze wordt uitgedrukt in meter per seconde. De snelheid hangt af van het debiet en de binnendiameter:

stroomsnelheid = debiet ÷ doorstroomoppervlak

Bij een gelijk debiet stroomt water sneller door een kleine leiding dan door een grote leiding. Een hoge stroomsnelheid veroorzaakt:

  • meer drukverlies;
  • meer stromingsgeluid;
  • grotere drukstoten;
  • extra belasting van kleppen en koppelingen;
  • minder efficiënte werking van de installatie.

De geschikte maximale snelheid hangt af van het leidingnet en de toepassing. Bij het ontwerpen van PE-drukleidingen moet de benodigde capaciteit worden gecombineerd met de beschikbare drukhoogte, het drukverlies en mogelijke drukstoten. Voor veel normale waterinstallaties wordt geprobeerd de stroomsnelheid grofweg onder ongeveer 1,5 tot 2 meter per seconde te houden. Een lagere snelheid is vaak gunstig bij lange leidingen en installaties die gevoelig zijn voor drukstoten.

Drukverlies door koppelingen en bochten

Niet alleen de rechte leiding veroorzaakt weerstand. Ook hulpstukken geven extra drukverlies. Voorbeelden zijn:

Dit wordt ook wel lokaal verlies of plaatselijk verlies genoemd. Een scherpe knie van 90 graden geeft doorgaans meer weerstand dan een ruime bocht in de tyleenslang. Een gedeeltelijk geopende afsluiter kan zelfs veel drukverlies veroorzaken. Het verlies door hulpstukken kan worden berekend met weerstandscoëfficiënten of worden omgerekend naar een equivalente extra leidinglengte. Bij een eenvoudige tuininstallatie wordt vaak een toeslag voor koppelingen gebruikt. Bij professionele installaties moeten de werkelijke weerstandswaarden van de componenten worden meegenomen. Bij kunststofleidingen moet het verlies in hulpstukken apart bij het leidingverlies worden opgeteld.

Drukverlies door een filter

Een filter kan noodzakelijk zijn om sproeiers, druppelaars, pompen en kleppen tegen vuil te beschermen. Het filter veroorzaakt echter weerstand. Hoe kleiner de filteropening en hoe vuiler het filter, hoe groter het drukverlies. Fabrikanten geven bij filters vaak een grafiek of tabel waarin het drukverlies bij verschillende debieten wordt weergegeven. Een filter dat schoon slechts 0,1 bar verliest, kan bij vervuiling aanzienlijk meer weerstand veroorzaken. Controleer en reinig filters daarom regelmatig. Dimensioneer een filter niet alleen op de aansluitmaat, maar vooral op:

  • maximaal debiet;
  • toegestane druk;
  • maaswijdte of micronwaarde;
  • schoon drukverlies;
  • maximaal toegestaan drukverschil;
  • soort waterbron.

Drukverlies door hoogte: pomp omhoog of omlaag

Bij een leiding die omhoog loopt, moet de pomp niet alleen de leidingweerstand overwinnen, maar ook het hoogteverschil. Staat een pomp bij een bron en ligt het tappunt 15 meter hoger, dan is alleen voor het hoogteverschil al ongeveer nodig:

15 ÷ 10,2 = 1,47 bar

Wil je aan het tappunt daarnaast 3 bar overhouden en is het leidingverlies 0,8 bar, dan moet de pomp bij het gewenste debiet ongeveer leveren:

1,47 + 3 + 0,8 = 5,27 bar

Dit moet worden gecontroleerd aan de hand van de pompcurve. De maximale druk die een fabrikant vermeldt, geldt vaak bij vrijwel geen waterafname. Bij een hoog debiet is de geleverde druk lager.

Welke diameter tyleenslang heb je nodig?

De juiste diameter hangt af van:

  • benodigd debiet;
  • totale leidinglengte;
  • beschikbare begindruk;
  • hoogteverschil;
  • gewenste restdruk;
  • SDR-klasse;
  • aantal hulpstukken;
  • mogelijke toekomstige uitbreiding.

Voor een korte buitenwaterleiding wordt vaak 20 of 25 millimeter gebruikt. Voor langere trajecten, meerdere tappunten of beregening is 32 millimeter vaak gunstiger. Bij grote debieten kunnen 40, 50 of 63 millimeter nodig zijn. Indicatief:

Situatie Vaak gebruikte buitendiameter
Korte leiding naar één buitenkraan 20 of 25 mm
Buitenwaterleiding over langere afstand 25 of 32 mm
Meerdere buitenkranen 32 mm
Kleine beregeningsinstallatie 25 of 32 mm
Beregeningshoofdleiding 32, 40 of 50 mm
Grote agrarische installatie 40, 50, 63 mm of groter
Professionele hoofdleiding Op basis van hydraulische berekening

Dit zijn geen vaste voorschriften. De benodigde diameter moet worden berekend op basis van het werkelijke debiet en de beschikbare druk.

Hoe kun je drukverlies verminderen?

De effectiefste manier om drukverlies te verminderen, is een grotere leidingdiameter kiezen. Andere maatregelen zijn:

Kies een grotere tyleenslang

Een grotere binnendiameter verlaagt de stroomsnelheid en de leidingweerstand. Het verschil tussen 25 en 32 millimeter kan bij lange leidingen en hoge debieten aanzienlijk zijn.

Maak de leiding zo kort mogelijk

Iedere extra meter veroorzaakt extra weerstand. Kies daarom een zo direct mogelijke route tussen waterbron en tappunt.

Beperk scherpe bochten

Leg tyleenslang waar mogelijk in ruime bochten. Gebruik alleen kniekoppelingen wanneer een scherpe richtingsverandering noodzakelijk is.

Verdeel beregening in zones

Wanneer te veel sproeiers tegelijk werken, stijgt het debiet en daarmee het drukverlies. Door de installatie in zones te verdelen, hoeft per leiding minder water tegelijk te stromen.

Gebruik ruim bemeten afsluiters en filters

Een kleine kraan, filter of magneetklep kan een knelpunt vormen, zelfs wanneer de hoofdleiding voldoende groot is.

Kies de juiste pomp

Een pomp moet bij het gewenste debiet voldoende druk leveren. Selecteer de pomp op basis van de pompcurve en niet alleen op maximale druk of maximaal debiet.

Controleer op verstoppingen

Een vervuild filter, dichtgeknepen slang of gedeeltelijk gesloten afsluiter kan onverwacht veel drukverlies veroorzaken.

Veelgemaakte fouten bij het berekenen van drukverlies

Een veelgemaakte fout is rekenen met de buitendiameter in plaats van de binnendiameter. Omdat PE-leidingen op buitendiameter worden verkocht, wordt de werkelijke doorstroomopening soms overschat. Een tweede fout is alleen naar de statische druk kijken. De druk moet juist worden gemeten terwijl het gewenste debiet stroomt. Ook wordt het hoogteverschil regelmatig vergeten. Bij een leiding die sterk omhoog loopt, kan dit een groter effect hebben dan de leidingwrijving. Een andere fout is geen rekening houden met koppelingen, filters, kleppen en terugslagkleppen. Vooral een magneetventiel of fijn filter kan bij een hoog debiet merkbaar drukverlies veroorzaken. Verder wordt soms de maximale pompdruk gebruikt alsof deze ook bij maximaal debiet beschikbaar is. In werkelijkheid veranderen druk en debiet volgens de pompcurve. Tot slot wordt vaak precies de kleinst mogelijke leiding gekozen. Een kleine veiligheidsmarge is verstandig, omdat de installatie later kan worden uitgebreid en filters of leidingen na verloop van tijd meer weerstand kunnen geven.

Stappenplan voor een drukverliesberekening

Begin met het bepalen van het benodigde debiet. Tel het waterverbruik op van alle tappunten of sproeiers die gelijktijdig worden gebruikt.

Meet of bepaal daarna de beschikbare dynamische druk bij dit debiet.

Meet de totale leidinglengte en het hoogteverschil tussen begin- en eindpunt.

Selecteer vervolgens een mogelijke leidingdiameter en bepaal aan de hand van materiaal en SDR de binnendiameter.

Bereken het leidingverlies en tel daarbij het verlies door koppelingen, afsluiters, filters en kleppen op.

Bereken het hoogteverlies met ongeveer 1 bar per 10,2 meter stijging.

Trek alle verliezen van de beschikbare begindruk af:

restdruk = begindruk − leidingverlies − lokaal verlies − hoogteverlies

Vergelijk de resterende druk met de minimale werkdruk van het tappunt of de sproeier. Is de restdruk te laag? Kies dan een grotere leiding, pas de zonering aan of selecteer een geschikte pomp.

Drukverliescalculator gebruiken

Met de interactieve drukverliescalculator van PVCVoordeel hoef je de volledige formule niet zelf uit te rekenen. Je vult onder andere in:

  • diameter van de tyleenslang;
  • SDR-klasse;
  • leidinglengte;
  • debiet;
  • aantal tyleenkoppelingen;
  • hoogteverschil;
  • beschikbare begindruk;
  • maximaal gewenste stroomsnelheid.

De calculator toont vervolgens:

  • geschatte binnendiameter;
  • stroomsnelheid;
  • leidingverlies;
  • hoogteverlies;
  • totaal drukverlies;
  • resterende druk;
  • vergelijking met andere diameters.

Hiermee kun je snel zien of de gekozen tyleenslang voldoende ruim is of dat je beter één maat groter kunt nemen.

Conclusie

Drukverlies berekenen is noodzakelijk wanneer je wilt weten of er aan het einde van een waterleiding voldoende druk en water beschikbaar blijft. Het drukverlies wordt vooral bepaald door de binnendiameter, het debiet, de leidinglengte, de stroomsnelheid, het hoogteverschil en de aanwezige hulpstukken. Een te kleine tyleenslang veroorzaakt een hoge stroomsnelheid en veel weerstand. Hierdoor kan een buitenkraan slecht functioneren of krijgen sproeiers onvoldoende druk. Door een grotere diameter te kiezen, de leidingroute kort te houden en de installatie goed in zones te verdelen, kun je het drukverlies sterk beperken. Kijk bij een PE-leiding niet alleen naar de buitendiameter. Houd ook rekening met de SDR-klasse en de werkelijke binnendiameter. Meet daarnaast altijd de dynamische druk bij het gewenste debiet. Met de drukverliescalculator van PVCVoordeel kun je eenvoudig verschillende diameters vergelijken en bepalen welke tyleenslang het beste bij jouw installatie past.

 

Bekijk ook: 

Plaats boven of direct onder de uitleg een duidelijke knop naar de interactieve drukverliescalculator. Ook de diametercalculator, debietcalculator en keuzehulp voor tyleenkoppelingen sluiten goed op deze pagina aan.

 

 

Veelgestelde vragen over drukverlies

Wat is drukverlies in een waterleiding?

Drukverlies is de afname van waterdruk die ontstaat doordat stromend water weerstand ondervindt in de leiding, koppelingen, kleppen en andere onderdelen.

Hoe bereken je de resterende waterdruk?

Trek het leidingverlies, hoogteverlies en verlies door hulpstukken af van de beschikbare begindruk.

Hoeveel druk verlies je per meter waterleiding?

Dat is niet met één vaste waarde te beantwoorden. Het verlies hangt af van de binnendiameter, het debiet, de leidinglengte en het leidingmateriaal.

Hoeveel druk verlies je per meter hoogte?

Per meter stijging verlies je ongeveer 0,098 bar. Als praktische vuistregel wordt vaak 0,1 bar per meter aangehouden.

Geeft een langere leiding meer drukverlies?

Ja. Bij gelijkblijvende diameter en waterstroom neemt het wrijvingsverlies ongeveer evenredig toe met de leidinglengte.

Geeft een grotere leiding minder drukverlies?

Ja. Een grotere binnendiameter verlaagt de stroomsnelheid en vermindert de weerstand aanzienlijk.

Heeft SDR invloed op het drukverlies?

Ja. Bij dezelfde buitendiameter heeft een lagere SDR-waarde een dikkere wand en daardoor een kleinere binnendiameter. Dit kan meer drukverlies veroorzaken.

Wat is belangrijker: druk of debiet?

Beide zijn belangrijk. De installatie moet bij het gewenste debiet voldoende restdruk leveren. Een hoge druk zonder waterafname zegt weinig over de werkelijke capaciteit.

Hoe meet ik de dynamische druk?

Sluit een manometer aan en laat tegelijkertijd de gewenste hoeveelheid water stromen. De gemeten druk tijdens de afname is de dynamische druk.

Hoeveel druk hebben sproeiers nodig?

Dat verschilt per sproeier. Kleine sproeiers werken soms rond 2 bar, terwijl grotere turbinesproeiers 3 tot 5 bar nodig kunnen hebben. Controleer altijd de productspecificaties.

Kan een te kleine leiding een pomp beschadigen?

Een te kleine leiding veroorzaakt extra weerstand en kan de installatie inefficiënt laten werken. Bij zuigleidingen kan een te kleine diameter bovendien problemen met de aanvoer veroorzaken. Selecteer leiding en pomp daarom als één systeem.

Tellen koppelingen mee bij de berekening?

Ja. Bochten, T-stukken, kleppen, filters en andere hulpstukken veroorzaken lokaal drukverlies en moeten bij het totale verlies worden opgeteld.

Welke tyleenslang geeft het minste drukverlies?

Bij een gelijk debiet en gelijke lengte geeft de leiding met de grootste binnendiameter doorgaans het minste drukverlies.