Rijbakberegening winterklaar maken
Rijbak beregening winterklaar maken

Bescherm je rijbakberegening tegen vorst

Zo voorkom je vorstschade en gaat je beregeningsinstallatie goed de winter door.

Een rijbakberegening maak je winterklaar door eerst de watertoevoer en pomp uit te schakelen, vervolgens de installatie drukloos te maken en daarna al het water uit de vorstgevoelige onderdelen te verwijderen. Open aftappunten, leeg en reinig filters, controleer sproeiers en bescherm magneetkleppen, koppelingen en bovengrondse leidingen tegen vorst. Wanneer de installatie niet volledig door afschot leegloopt, kun je de tyleenslang per beregeningsgroep voorzichtig laten uitblazen. Water dat in sproeiers, pompen, filters, kleppen en koppelingen achterblijft, kan bij vorst uitzetten. Hierdoor kunnen behuizingen scheuren, koppelingen losraken en afdichtingen beschadigd raken. Vooral onderdelen die boven de vorstvrije diepte liggen of bovengronds zijn gemonteerd, lopen risico. Een goede voorbereiding in het najaar verkleint de kans dat de rijbakberegening in het voorjaar lekt of onvoldoende druk levert. In deze blog lees je stap voor stap hoe je de beregeningsinstallatie aftapt, de tyleenslang uitblaast en alle onderdelen veilig controleert.

Wanneer moet je rijbakberegening winterklaar maken?

Maak de rijbakberegening winterklaar voordat de eerste serieuze nachtvorst wordt verwacht. Wacht niet tot de grond al bevroren is. Aftappunten, kleppendozen en sproeiers kunnen dan moeilijker bereikbaar zijn en water in kleine onderdelen kan al schade hebben veroorzaakt. Het juiste moment verschilt per locatie en installatie. Een volledig ondergrondse PE-leiding ligt mogelijk relatief beschut, terwijl een pomp, filter, terugslagklep of bovengrondse sproeier al bij lichte vorst beschadigd kan raken. Let vooral op de volgende omstandigheden:

  • de installatie wordt in de winter niet gebruikt;
  • de pomp staat buiten of in een onverwarmde ruimte;
  • sproeiers en kleppen liggen ondiep;
  • leidingen lopen bovengronds;
  • filters en appendages blijven met water gevuld;
  • de installatie heeft geen automatische aftappunten;
  • er zijn lage delen waarin water kan blijven staan.

Wil je de rijbak in de winter blijven beregenen? Dan moet de installatie na ieder gebruik voldoende kunnen leeglopen en moeten alle kwetsbare onderdelen tegen vorst zijn beschermd. Alleen leidingisolatie is meestal niet voldoende om stilstaand water bij langdurige vorst te beschermen.

Waarom kan vorst een beregeningsinstallatie beschadigen?

Water zet uit wanneer het bevriest. In een afgesloten sproeier, pomp, filter of koppeling kan daardoor een hoge inwendige kracht ontstaan. Een kleine hoeveelheid opgesloten water kan al voldoende zijn om kunststof onderdelen te laten scheuren of afdichtingen te beschadigen. De schade is niet altijd direct zichtbaar. Een haarlijnscheur in een filterhuis of magneetklep kan pas in het voorjaar opvallen wanneer de installatie opnieuw onder druk wordt gezet. Veelvoorkomende vorstschade bestaat uit:

  • gebarsten filterhuizen;
  • gescheurde pomphuizen;
  • beschadigde terugslagkleppen;
  • lekkende tyleenkoppelingen;
  • gebarsten magneetkleppen;
  • kapotte sproeierbehuizingen;
  • vervormde afdichtingen;
  • gesprongen manometers;
  • losgedrukte eindkappen;
  • lekkages bij draadaansluitingen.

Een ondergrondse tyleenslang voor beregening kan enige vorstbelasting vaak beter verdragen dan starre, met water gevulde onderdelen. Toch is het verstandig om ook de PE-leidingen zo goed mogelijk leeg te maken. Een PE-leiding is hetzelfde als een tyleenslang.

Stappenplan rijbakberegening winterklaar maken

De exacte werkwijze hangt af van de opbouw van de installatie. Controleer daarom vooraf waar de hoofdkraan, pomp, aftappunten, kleppendoos, filters en beregeningsgroepen zich bevinden.

1
Schakel de beregeningscomputer uitVoorkom dat tijdens het onderhoud onverwacht een beregeningsgroep wordt geopend.
2
Sluit de hoofdwatertoevoerZorg dat er geen nieuw water meer naar de beregeningsinstallatie kan stromen.
3
Schakel de pomp volledig uitMaak de pomp spanningsloos en voorkom dat deze automatisch kan starten.
4
Maak de installatie drukloosLaat de resterende waterdruk veilig via een beregeningsgroep ontsnappen.
5
Tap de hoofdleiding en groepsleidingen afOpen de aftappunten en verwijder zoveel mogelijk water uit de leidingen.
6
Leeg en reinig het filterVerwijder water, zand en vuil en controleer het filterelement en de afdichtingen.
7
Laat sproeiers en aansluitingen leeglopenControleer ook lage punten waarin nog water kan achterblijven.
8
Controleer magneetkleppen en kleppendoosZorg dat er geen water opgesloten blijft en controleer de onderdelen op beschadigingen.
9
Blaas resterend water zo nodig uitBlaas de tyleenslang alleen per groep uit wanneer dit nodig is en de installatie hiervoor geschikt is.
10
Maak de pomp leegTap de pomp volledig af en sla deze indien mogelijk droog en vorstvrij op.
11
Controleer alle onderdelenControleer de installatie op slijtage, lekkages en andere beschadigingen.
12
Noteer wat in het voorjaar moet gebeurenLeg vast welke onderdelen moeten worden vervangen of opnieuw gecontroleerd.

Stap 1: zet de beregeningscomputer uit

Heeft de rijbak een automatische beregening? Zet dan eerst de beregeningscomputer in de uitstand. Zo voorkom je dat een programma tijdens het winterklaar maken of gedurende de winter onverwacht een beregeningsgroep opent. Alleen de stekker uit het stopcontact halen is niet altijd de beste aanpak. Sommige beregeningscomputers bewaren hun programma in een geheugen of gebruiken een reservebatterij. Raadpleeg de handleiding van het apparaat om te bepalen of de computer spanningsloos moet worden gemaakt en of de batterij tijdens de winter verwijderd moet worden. Een computer die in een droge, vorstvrije binnenruimte is gemonteerd, kan vaak blijven hangen. Een buiten gemonteerde computer moet geschikt zijn voor die omgeving. Bescherm elektrische aansluitingen tegen vocht, maar sluit apparatuur niet vochtig en volledig luchtdicht op. Daardoor kan condens ontstaan. Noteer voor het uitschakelen eventueel:

  • de beregeningsdagen;
  • starttijden;
  • looptijd per groep;
  • seizoensinstellingen;
  • bijzondere pompinstellingen.

Je kunt deze gegevens in het voorjaar gebruiken bij het opnieuw programmeren.

Stap 2: sluit de watertoevoer af

Sluit de hoofdkraan tussen de waterbron en de beregeningsinstallatie. Gebruik bij voorkeur een afsluiter die goed bereikbaar is en waarmee je de volledige installatie kunt isoleren. Een Unidelta kogelkraan voor tyleenslang kan worden gebruikt om een PE-leiding handmatig af te sluiten. Controleer of de kraan volledig sluit en of de hendel niet zwaar of beschadigd is. Werk je met leidingwater, sluit dan de afsluiter naar de beregeningsinstallatie zonder andere noodzakelijke watervoorzieningen buiten gebruik te stellen. Bij een bron, bassin of regenwatervoorraad sluit je de toevoer naar de pomp of de persleiding volgens de instructies van de pompinstallatie. Markeer de gesloten hoofdkraan. Zo voorkom je dat iemand anders tijdens het onderhoud de watertoevoer weer opent.

Stap 3: schakel de pomp uit

Schakel de pomp uit voordat je koppelingen, aftappunten of filters opent. Maak de pomp spanningsloos wanneer je onderhoud uitvoert. Alleen de beregeningscomputer uitschakelen is niet altijd voldoende, omdat een drukschakelaar of automatische pompbesturing de pomp alsnog kan starten wanneer de leidingdruk daalt. Ga als volgt te werk:

  1. Zet de pomp uit met de hoofdschakelaar.
  2. Haal indien toegestaan de stekker uit het stopcontact.
  3. Beveilig een vaste elektrische aansluiting tegen onbedoeld inschakelen.
  4. Sluit de aanzuig- en perszijde af wanneer de installatie dit vereist.
  5. Controleer of de pomp niet meer automatisch kan starten.

Raadpleeg altijd de handleiding van de pomp. De juiste winterprocedure verschilt tussen een centrifugaalpomp, hydrofoorpomp, bronpomp en dompelpomp. Bekijk bij vervanging of uitbreiding de beschikbare beregeningspompen van PVCVoordeel. Kies een pomp niet alleen op maximale capaciteit, maar op het benodigde debiet bij de gewenste werkdruk.

Stap 4: maak de installatie drukloos

Een beregeningsinstallatie kan na het sluiten van de watertoevoer nog onder druk staan. Open daarom niet direct een filterhuis, koppeling of aftapplug. Open eerst handmatig één beregeningsgroep of activeer kort een groep via de beregeningscomputer, terwijl de pomp uitgeschakeld blijft. De resterende druk kan dan via de sproeiers ontsnappen. Controleer een aanwezige drukmeter. Open een aftappunt pas langzaam wanneer de druk voldoende is gedaald. Draag oogbescherming en ga niet boven een filter, klep of sproeier staan tijdens het drukloos maken. Een installatie is pas veilig te openen wanneer:

  • de pomp niet kan starten;
  • de hoofdwatertoevoer gesloten is;
  • een groep geopend is geweest;
  • de drukmeter nul aangeeft;
  • er geen water meer onder druk uit de sproeiers komt.

Stap 5: tap de beregeningsinstallatie af

Open alle handmatige aftappunten in de installatie. Begin bij de laagste delen, omdat water daar door de zwaartekracht naartoe stroomt. Een goed ontworpen installatie heeft aftappunten bij:

  • het laagste punt van de hoofdleiding;
  • het laagste punt van iedere beregeningsgroep;
  • de pomp;
  • het filter;
  • de kleppendoos;
  • bovengrondse leidingdelen;
  • een terugslagklep of drukregelaar;
  • het einde van een open groepsleiding.

Open de aftappunten langzaam. Laat het water volledig weglopen en controleer of de uitstroom niet direct schade aan de rijbodem of drainage veroorzaakt. Wanneer de tyleenslang op afschot ligt, kan een groot gedeelte van het water vanzelf uit de leiding stromen. In een vlakke of golvende leiding blijven echter vaak waterzakken achter. Ook een leiding die op papier afloopt, kan door verzakking plaatselijk een laag punt hebben. Laat aftapkranen na het leeglopen in de winterstand staan volgens de instructies van de fabrikant. Sommige kogelkranen worden halfopen achtergelaten, zodat opgesloten water tussen de kogel en behuizing ruimte krijgt. Controleer dit per product en ga niet automatisch bij iedere kraan van dezelfde stand uit.

Automatische aftappers controleren

Sommige beregeningsinstallaties hebben automatische aftapventielen. Deze openen wanneer de waterdruk wegvalt en laten het water uit de leiding lopen. Controleer of:

  • het aftapventiel op een werkelijk laag punt is geplaatst;
  • water rond het ventiel kan wegzakken;
  • het ventiel niet door zand of vuil is geblokkeerd;
  • er geen langdurige plas rond het aftappunt ontstaat;
  • alle afzonderlijke lage leidingdelen een afvoermogelijkheid hebben.

Een automatisch aftapventiel maakt de installatie niet altijd volledig winterveilig. Water kan achter een gesloten magneetklep, terugslagklep of hoogteverschil opgesloten blijven.

Stap 6: reinig en leeg het filter

Een filter is een van de meest vorstgevoelige onderdelen van de rijbakberegening. In het filterhuis blijft gemakkelijk water achter. Bovendien kan opgehoopt zand of organisch vuil vocht vasthouden. Sluit eerst de watertoevoer, schakel de pomp uit en maak de installatie volledig drukloos. Open daarna het filter volgens de handleiding. Voer de volgende controles uit:

  1. Verwijder het filterelement.
  2. Spoel zand en vuil met schoon water weg.
  3. Gebruik een zachte borstel wanneer vuil is vastgekoekt.
  4. Controleer het gaas of de lamellen op beschadigingen.
  5. Bekijk de O-ring en afdichting.
  6. Laat alle onderdelen drogen.
  7. Monteer het filter los of bewaar kwetsbare onderdelen vorstvrij.

Gebruik geen harde staalborstel of agressieve reiniger wanneer de fabrikant dit niet toestaat. Hierdoor kan het filterelement of kunststof huis beschadigd raken. Moet het filterelement worden vervangen? Bekijk dan de filters voor beregening bij PVCVoordeel. Voor specifieke waterzuivering is onder meer het Rain Bird PRB-filter verkrijgbaar. Een vervuild of beschadigd filter kan in het voorjaar zorgen voor:

  • onvoldoende waterdoorvoer;
  • extra drukverlies;
  • verstopte nozzles;
  • slecht draaiende sproeiers;
  • drukverschillen binnen een beregeningsgroep.

Stap 7: controleer de sproeiers

Loop alle sproeiers langs de rijbak na. Verwijder bladeren, zand en rijbodemmateriaal rond de sproeierkoppen. Controleer of pop-up sproeiers vrij kunnen bewegen en volledig terugzakken. Let op:

  • zichtbare scheuren in de behuizing;
  • een beschadigde of ontbrekende kap;
  • slijtage aan de afdichting;
  • een losse nozzle;
  • een scheefstaande sproeier;
  • grond of zand in de sproeieropening;
  • verzakking naast de rijbak;
  • beschadiging door machines of paarden.

Een sproeier die scheef staat, kan water vasthouden of in het voorjaar een afwijkend sproeibeeld geven. Corrigeer de positie alleen wanneer de leiding drukloos is. Bij een verwijderbare nozzle kun je deze volgens de producthandleiding demonteren en reinigen. Bewaar kleine onderdelen per sproeier, zodat nozzle en filterelement in het voorjaar bij dezelfde positie worden teruggeplaatst. Werk je met een Rain Bird 5000 pop-up sproeier? Controleer dan naast de behuizing ook de nozzle, sectorinstelling en rubber afdekking. Bekijk voor andere modellen het assortiment sproeiers voor beregening.

Sproeiers vorstvrij maken

Een sproeier is pas zo goed mogelijk tegen vorst beschermd wanneer er geen schadelijke hoeveelheid water in de behuizing of aansluiting achterblijft. Laat iedere beregeningsgroep afzonderlijk leeglopen. Open de groep handmatig, zodat water achter de klep kan ontsnappen. Bij sproeiers op lage punten kan extra water uit de leiding naar de behuizing stromen. Controleer ook de flexibele verbinding tussen de PE-leiding en de sproeier. In een gebogen sproeieraansluitbuis kan een laag punt ontstaan waarin water blijft staan. Bovengrondse sproeiers kun je vaak demonteren en vorstvrij bewaren. Sluit de achterblijvende aansluiting tijdelijk af tegen zand en vuil, zonder een leiding met restwater volledig dicht te zetten. Plaats geen losse dop op een aansluiting zolang de leiding nog onder druk staat.

Stap 8: bescherm magneetkleppen

Magneetkleppen verdelen de installatie over verschillende beregeningsgroepen. In het klephuis en rond het membraan kan water achterblijven. Daarom verdienen deze onderdelen extra aandacht. Sluit de hoofdwatertoevoer en maak de installatie drukloos. Open vervolgens iedere klep volgens de winterprocedure van de fabrikant. Bij sommige magneetkleppen kan dit met de ontluchtingsschroef of door de spoel beperkt te verdraaien. Forceer de spoel niet. Controleer:

  • of de klep handmatig opent;
  • of water aan beide zijden kan weglopen;
  • of de ontluchting niet verstopt is;
  • of de elektrische bedrading droog en intact is;
  • of de kabelverbindingen waterdicht zijn;
  • of het klephuis geen scheuren vertoont;
  • of de magneetspoel stevig vastzit.

Demonteer het klephuis niet onnodig. Kleine onderdelen, veren en membranen kunnen verkeerd worden teruggeplaatst. Raadpleeg de productspecifieke handleiding. Wanneer een klep defect of beschadigd is, vind je bij PVCVoordeel verschillende magneetventielen voor beregening, waaronder Rain Bird magneetkleppen.

De kleppendoos winterklaar maken

Een kleppendoos beschermt de magneetkleppen en leidingverbindingen, maar is niet automatisch vorstvrij. De doos staat in contact met de buitenlucht en koude grond. Maak de kleppendoos schoon en verwijder:

  • bladeren;
  • rijbodemmateriaal;
  • modder;
  • stilstaand water;
  • insectennesten;
  • losgeraakte isolatie;
  • afval en losse onderdelen.

Controleer of regenwater uit de doos kan wegzakken. Een kleppendoos die voortdurend vol water staat, vergroot de kans op vochtproblemen en vorstschade. Los eerst een drainageprobleem op voordat je isolatiemateriaal aanbrengt. Je kunt kwetsbare onderdelen beschermen met geschikt, droog isolatiemateriaal. Zorg dat afsluiters en handbedieningen bereikbaar blijven. Gebruik geen materiaal dat veel water opneemt en vervolgens rond de kleppen bevriest.

Stap 9: tyleenslang uitblazen

Wanneer de installatie niet volledig kan leeglopen, kan het nodig zijn de tyleenslang uit te blazen. Hierbij wordt perslucht gebruikt om restwater via de sproeiers en aftappunten uit de groepen te verwijderen. Dit is geen risicoloze klus. Een compressor kan een groot luchtvolume onder hoge druk leveren. Te veel druk of een verkeerde volgorde kan sproeiers, filters, magneetkleppen en koppelingen beschadigen. Loskomende onderdelen kunnen letsel veroorzaken. Laat de installatie professioneel uitblazen wanneer:

  • je niet weet welke druk de onderdelen verdragen;
  • een geschikte drukregelaar ontbreekt;
  • de compressor niet nauwkeurig regelbaar is;
  • de leidingstructuur onbekend is;
  • er terugslagkleppen of kwetsbare appendages aanwezig zijn;
  • je geen veilige persluchtaansluiting hebt;
  • onderdelen tijdens een eerdere winter beschadigd zijn geraakt.

Volgens de winterinstructie van Rain Bird moet tijdens het uitblazen oogbescherming worden gedragen, mag je niet boven beregeningsonderdelen staan en moet de luchtdruk begrensd worden. Rain Bird noemt voor de beschreven procedure maximaal 50 psi, ongeveer 3,4 bar, en adviseert een groep niet langer dan twee minuten achtereen uit te blazen. De toegestane druk voor jouw installatie kan lager zijn; volg daarom altijd de laagste druklimiet van alle gemonteerde onderdelen. Rain Bird winterization guidance

Veilige volgorde voor het uitblazen

Gebruik deze volgorde alleen wanneer de installatie hiervoor is ontworpen en je de instructies van alle onderdelen kent:

  1. Sluit de hoofdwatertoevoer.
  2. Schakel de pomp uit en maak deze spanningsloos.
  3. Maak de waterleiding drukloos.
  4. Verwijder of omzeil kwetsbare onderdelen wanneer de fabrikant dat voorschrijft.
  5. Sluit een gereguleerde compressor aan op het daarvoor bedoelde uitblaaspunt.
  6. Open eerst een beregeningsgroep.
  7. Start daarna pas de luchttoevoer.
  8. Voer het luchtvolume geleidelijk op.
  9. Laat lucht en water via de sproeiers ontsnappen.
  10. Stop zodra vooral een fijne nevel verschijnt.
  11. Laat de installatie afkoelen.
  12. Herhaal de procedure kort per groep.
  13. Houd de laatste groep open terwijl je de compressor uitschakelt.
  14. Laat alle druk ontsnappen voordat je slangen of koppelingen losmaakt.

Begin bij de groep die volgens de installatiehandleiding als eerste moet worden behandeld. Rain Bird adviseert in de beschreven automatische procedure te beginnen met de zone die het verst van de persluchtaansluiting ligt. Open altijd een uitweg voordat perslucht de leiding in gaat. Pers nooit lucht in een volledig gesloten systeem.

Waarom is alleen hoge druk niet voldoende?

Bij het uitblazen is niet alleen de luchtdruk belangrijk. Ook het luchtvolume bepaalt of het water door een lange tyleenslang kan worden verplaatst. Een kleine compressor kan een hoge druk opbouwen wanneer de leiding gesloten is, maar mogelijk te weinig lucht leveren om het water uit een lange hoofdleiding van 40, 50 of 63 mm te duwen. De compressor blijft dan lang draaien en kan warme lucht produceren. Langdurig uitblazen kan:

  • sproeierafdichtingen verwarmen;
  • kunststof onderdelen vervormen;
  • de compressor overbelasten;
  • vocht slechts plaatselijk verplaatsen;
  • een onterecht gevoel geven dat de leiding leeg is.

Gebruik daarom korte uitblaascycli en laat het systeem tussendoor afkoelen. Het doel is niet om iedere afzonderlijke druppel te verwijderen. Het doel is om voldoende water uit kwetsbare, afgesloten delen te halen zodat uitzettend ijs geen schade veroorzaakt.

Welke druk gebruik je bij het uitblazen?

Gebruik nooit zomaar de maximale druk van de compressor. Stel de drukregelaar in op een waarde die veilig is voor het zwakste onderdeel van de installatie. Controleer de drukklasse van:

  • tyleenslang;
  • sproeiers;
  • magneetkleppen;
  • filters;
  • drukregelaars;
  • terugslagkleppen;
  • koppelingen;
  • manometers;
  • flexibele sproeieraansluitingen.

Een PE-leiding met een hoge drukklasse betekent niet dat alle aangesloten onderdelen dezelfde druk verdragen. Een filterhuis, sproeier of magneetklep kan de beperkende factor zijn. Gebruik een betrouwbare drukregelaar en controleer de werkelijke druk tijdens het uitblazen. Bekijk zo nodig de drukregelaars voor beregening bij PVCVoordeel. Twijfel je over de toegestane druk? Blaas de installatie dan niet zelf uit.

Sproeiers niet te lang droog laten draaien

Tijdens het uitblazen draaien turbinesproeiers op lucht in plaats van water. Water zorgt normaal gesproken ook voor koeling en smering. Langdurig droog draaien kan afdichtingen en interne onderdelen verwarmen en beschadigen. Stop de luchttoevoer wanneer er alleen nog een fijne nevel uit de sproeiers komt. Laat een groep niet minutenlang volledig droog doorblazen. Werk liever met meerdere korte rondes. Zet nooit een beregeningsgroep dicht terwijl de compressor nog lucht levert en er geen andere groep openstaat. Daardoor kan de druk plotseling sterk oplopen.

Stap 10: maak de pomp vorstvrij

Een bovengrondse pomp moet volledig worden geleegd. In het pomphuis, de waaierkamer, aansluitingen en drukschakelaar kan water blijven staan. Volg de handleiding van de pomp en voer in ieder geval de voorgeschreven stappen uit:

  1. Maak de pomp spanningsloos.
  2. Sluit de watertoevoer.
  3. Maak de persleiding drukloos.
  4. Open de aftapplug van het pomphuis.
  5. Open zo nodig ook de vulplug, zodat lucht kan toetreden.
  6. Laat aanzuig- en persaansluitingen leeglopen.
  7. Controleer terugslagkleppen en filters.
  8. Laat het pomphuis drogen.
  9. Bewaar de pomp indien mogelijk in een droge, vorstvrije ruimte.

Draagbare pompen kun je na het aftappen loskoppelen en vorstvrij opslaan. Til de pomp aan de daarvoor bestemde handgreep en niet aan kabels, slangen of aansluitingen. Een vaste pomp in een onverwarmde pompkast moet goed kunnen worden afgetapt. Alleen de kast isoleren is bij langdurige vorst niet altijd voldoende. Wanneer verwarming of verwarmingslint wordt gebruikt, moet dit geschikt zijn voor de omgeving en veilig worden geïnstalleerd.

Aanzuigleiding en terugslagklep controleren

Bij een zelfaanzuigende pomp kan in de aanzuigleiding en terugslagklep water achterblijven. Dit is soms nodig om de pomp gevuld te houden, maar vormt in een vorstgevoelige situatie een risico. Controleer:

  • of de aanzuigleiding kan worden geleegd;
  • of de voetklep of terugslagklep bereikbaar is;
  • of het water uit het filter kan;
  • of de leiding bovengronds of ondiep ligt;
  • of de bronkop tegen vorst is beschermd.

Een PVC terugslagklep voorkomt terugstroming tijdens normaal gebruik, maar kan daardoor ook water in een leidingdeel vasthouden. Neem beide zijden van de klep daarom afzonderlijk mee in het winterklaar maken.

Wat laat je open en wat sluit je af?

Na het aftappen is het belangrijk dat water niet opnieuw opgesloten raakt. Welke kleppen open, dicht of halfopen moeten blijven, hangt af van het gebruikte product. In algemene zin geldt:

  • de hoofdwatertoevoer blijft gesloten;
  • de pomp blijft uitgeschakeld;
  • aftappunten blijven volgens de productinstructie in winterstand;
  • groepskleppen moeten geen water opsluiten;
  • open leidingaansluitingen worden tegen vuil beschermd;
  • filterhuizen blijven leeg;
  • losse onderdelen worden droog bewaard.

Sluit een lege leiding niet zo af dat regenwater kan binnendringen maar niet meer kan ontsnappen. Gebruik passende eindkappen of tijdelijke bescherming. Voor permanente afsluiting en onderhoud zijn verschillende Unidelta koppelingen en afsluiters beschikbaar.

De rijbakberegening tijdens de winter controleren

Ook na het winterklaar maken is een tussentijdse controle verstandig. Kijk vooral na perioden met veel regen, vorst of werkzaamheden rond de rijbak. Controleer of:

  • de kleppendoos niet vol water staat;
  • isolatiemateriaal nog droog en op zijn plaats zit;
  • bovengrondse delen niet zijn beschadigd;
  • de pomp niet opnieuw is aangesloten;
  • de hoofdafsluiter gesloten blijft;
  • sproeiers niet door machines zijn geraakt;
  • open aansluitingen nog tegen vuil zijn beschermd.

Noteer beschadigingen direct. Zo hoef je in het voorjaar niet opnieuw te zoeken naar de oorzaak van een lekkage.

Rijbakberegening opnieuw opstarten in het voorjaar

Start de installatie rustig op wanneer er geen vorst meer wordt verwacht. Zet niet direct alle groepen op volle druk. Tijdens de winter kunnen koppelingen zijn verschoven en kunnen insecten, zand of ander vuil in open onderdelen terecht zijn gekomen. Gebruik de volgende volgorde:

  1. Controleer pomp, leidingen, sproeiers en kleppendozen visueel.
  2. Plaats aftappluggen en filterelementen terug.
  3. Smeer O-ringen alleen met een geschikt middel wanneer de fabrikant dit toestaat.
  4. Sluit aftapkranen.
  5. Open handmatig één beregeningsgroep.
  6. Vul een zelfaanzuigende pomp volgens de handleiding.
  7. Open de hoofdwatertoevoer langzaam.
  8. Laat lucht via de geopende groep ontsnappen.
  9. Controleer de installatie op lekkages.
  10. Sluit en test iedere groep afzonderlijk.
  11. Reinig verstopte nozzles.
  12. Controleer druk, debiet en sproeibereik.
  13. Programmeer de beregeningscomputer opnieuw.

Door bij het vullen één groep open te houden, kan lucht uit het systeem ontsnappen. Hierdoor voorkom je zoveel mogelijk plotselinge drukstoten.

Filter en pomp opnieuw vullen

Monteer een filterelement alleen wanneer het schoon en onbeschadigd is. Controleer de O-ring en zorg dat deze correct in de groef ligt. Draai een kunststof filterhuis niet overmatig vast. Een zelfaanzuigende pomp moet meestal eerst met water worden gevuld. Laat een pomp nooit droog draaien wanneer deze daar niet voor is ontworpen. Controleer ook of de aanzuigleiding luchtdicht is en de terugslagklep functioneert. Wanneer de pomp niet op druk komt, schakel je deze uit en controleer je:

  • of het pomphuis gevuld is;
  • of de aanzuigleiding lucht aanzuigt;
  • of het filter verstopt is;
  • of een afsluiter gesloten staat;
  • of de terugslagklep vastzit;
  • of er een lekkage aanwezig is.

Magneetkleppen in het voorjaar testen

Test iedere magneetklep eerst handmatig en daarna via de beregeningscomputer. Een klep die niet opent, kan vastzitten of geen elektrisch signaal ontvangen. Een klep die niet volledig sluit, kan vuil rond het membraan bevatten. Controleer de kabelverbindingen in de kleppendoos op vocht en corrosie. Gebruik alleen verbindingen die geschikt zijn voor een vochtige, ondergrondse omgeving. Vervang een beschadigd klephuis voordat de installatie langdurig onder druk blijft staan. Bekijk hiervoor de magneetventielen en bijbehorende kleppendozen op PVCVoordeel.

Sproeiers opnieuw afstellen

Controleer in het voorjaar van iedere sproeier:

  • de sectorinstelling;
  • de worplengte;
  • de nozzle;
  • de rotatiesnelheid;
  • de montagehoogte;
  • de aansluiting;
  • het sproeibeeld.

Let vooral op verschillen tussen de eerste en laatste sproeier van een groep. Een kleiner bereik aan het einde kan wijzen op een lekkage, vervuild filter, verkeerde klepstand of onvoldoende dynamische druk. Plaats opvangbakjes verspreid over de rijbak om te controleren of de waterverdeling nog gelijkmatig is. Corrigeer eerst nozzle, sector en druk voordat je de beregeningsduur aanpast.

Veelgemaakte fouten bij het winterklaar maken

Bij het winterklaar maken kunnen kleine fouten alsnog tot vorstschade leiden. Controleer daarom vooral de volgende punten.

✕

Alleen de hoofdkraan sluiten

Na het sluiten van de hoofdkraan blijft de installatie gevuld. Water achter filters, kleppen en lage leidingdelen kan nog steeds bevriezen.

✕

De pomp alleen uitschakelen

Een uitgeschakelde pomp is niet automatisch leeg. Open de aftapplug en volg de winterprocedure van de fabrikant.

✕

Een filter onder druk openen

Dit kan water en onderdelen met kracht laten ontsnappen. Maak de installatie altijd eerst drukloos.

✕

Perslucht met maximale compressordruk gebruiken

De maximale druk van de compressor kan hoger zijn dan sproeiers, filters en kleppen verdragen. Gebruik een drukregelaar en volg de laagste toegestane druk van alle onderdelen.

✕

Een gesloten systeem uitblazen

Er moet altijd minimaal één groep of uitlaat openstaan voordat de compressor lucht levert.

✕

Sproeiers langdurig droog laten draaien

Lange uitblaascycli kunnen warmte opbouwen en afdichtingen beschadigen. Gebruik korte cycli en stop zodra alleen een fijne nevel verschijnt.

✕

Alleen de tyleenslang leegmaken

Filters, pompen, manometers, magneetkleppen en terugslagkleppen zijn vaak gevoeliger voor vorst dan de PE-leiding zelf.

✕

Natte isolatie in de kleppendoos stoppen

Vochtig isolatiemateriaal kan bevriezen en houdt water rond de kleppen vast. Zorg eerst voor een droge en goed afwaterende kleppendoos.

Belangrijk: alleen de watertoevoer afsluiten is dus niet voldoende. Zorg dat water uit alle vorstgevoelige onderdelen kan verdwijnen voordat de eerste vorstperiode begint.

Checklist rijbakberegening winterklaar maken

Loop na het winterklaar maken de installatie nog één keer langs. Controleer of alle onderstaande punten zijn uitgevoerd.

✓De beregeningscomputer staat uit.
✓De hoofdwatertoevoer is gesloten.
✓De pomp is spanningsloos en leeg.
✓De installatie is drukloos.
✓Alle beregeningsgroepen zijn afgetapt.
✓Restwater uit lage leidingdelen is verwijderd.
✓Het filter is schoon en leeg.
✓De sproeiers zijn gecontroleerd.
✓Magneetkleppen sluiten geen water op.
✓De kleppendoos is schoon en droog.
✓Bovengrondse onderdelen zijn vorstvrij opgeslagen.
✓Terugslagkleppen en drukmeters zijn gecontroleerd.
✓Defecte onderdelen voor het voorjaar zijn genoteerd.
✓Open aansluitingen zijn tegen zand en vuil beschermd.

Onderhoudsproducten en onderdelen voor rijbakberegening

Bij het winterklaar maken ontdek je soms onderdelen die versleten of beschadigd zijn. Wacht niet tot de eerste droge periode in het voorjaar, maar noteer of vervang deze onderdelen direct. Bij PVCVoordeel vind je onder meer:

Voorkom vorstschade aan de rijbakberegening

Een rijbakberegening winterklaar maken begint met het veilig uitschakelen van de watertoevoer en pomp. Daarna maak je de installatie drukloos en verwijder je het water uit leidingen, sproeiers, filters, magneetkleppen en de pomp. Besteed extra aandacht aan lage leidingdelen, terugslagkleppen en afgesloten onderdelen. Hier kan water achterblijven, ook wanneer bij een aftappunt geen water meer uitstroomt. Laat de tyleenslang alleen met perslucht uitblazen wanneer de installatie daarvoor geschikt is en alle druklimieten bekend zijn. Controleer de beregening in het voorjaar opnieuw voordat je deze volledig in gebruik neemt. Vul de installatie langzaam, test iedere groep afzonderlijk en controleer alle koppelingen en onderdelen op lekkages. Zo verklein je de kans op onverwachte reparaties en is de rijbakberegening klaar voor een nieuw seizoen.

Veelgestelde vragen over rijbakberegening winterklaar maken

Moet je iedere rijbakberegening in de winter aftappen?

Een buiteninstallatie met vorstgevoelige onderdelen moet vóór de winter worden afgetapt of op een andere goedgekeurde manier tegen bevriezing worden beschermd. Welke maatregelen nodig zijn, hangt af van de diepte, leidingloop en gebruikte onderdelen.

Kan tyleenslang kapotvriezen?

Een tyleenslang is flexibel, maar koppelingen, afsluiters en afgesloten leidingdelen kunnen wel door bevriezend water beschadigd raken. Maak ook een PE-leiding daarom zo goed mogelijk leeg.

Is een PE-leiding hetzelfde als een tyleenslang?

Ja. Een PE-leiding is hetzelfde als een tyleenslang. PE staat voor polyethyleen.

Moet je tyleenslang altijd uitblazen?

Nee. Wanneer alle leidingen door afschot volledig kunnen leeglopen, kan aftappen voldoende zijn. Uitblazen is nodig wanneer schadelijke hoeveelheden water in lage of afgesloten leidingdelen achterblijven.

Kun je een beregeningsinstallatie zelf uitblazen?

Dat kan alleen wanneer je de installatie kent, een geschikte gereguleerde compressor gebruikt en de druklimieten van alle onderdelen volgt. Bij twijfel laat je dit door een vakman uitvoeren.

Hoeveel bar gebruik je om tyleenslang uit te blazen?

Er bestaat geen universele druk voor iedere installatie. Gebruik nooit meer dan de laagste toegestane druk van alle aangesloten onderdelen. Rain Bird noemt voor zijn beschreven winterprocedure maximaal 50 psi, ongeveer 3,4 bar, maar jouw installatie kan een lagere grens hebben.

Moeten magneetkleppen open of dicht blijven?

Dat hangt af van het type magneetklep en de opbouw van de installatie. Het belangrijkste is dat er geen water in een afgesloten klephuis of leidingdeel achterblijft. Volg de handleiding van de fabrikant.

Kan een beregeningspomp buiten blijven staan?

Een vaste pomp kan alleen buiten blijven wanneer deze volledig kan worden geleegd en passend tegen weersinvloeden en vorst is beschermd. Een draagbare pomp kun je meestal beter droog en vorstvrij opslaan.

Moet het filter in de winter worden verwijderd?

Het filterhuis moet in ieder geval leeg zijn. Het filterelement kun je reinigen, laten drogen en indien nodig vorstvrij bewaren. Volg de instructies van het specifieke filter.

Wanneer start je de beregening in het voorjaar weer op?

Start de installatie pas wanneer er geen schadelijke vorst meer wordt verwacht. Vul het systeem langzaam, laat lucht ontsnappen en controleer iedere groep afzonderlijk op lekkages.

Waarom komt een sproeier na de winter niet omhoog?

Mogelijke oorzaken zijn zand in de sproeier, een beschadigde afdichting, onvoldoende druk, een gesloten klep, een verstopt filter of vorstschade aan de behuizing.